Om ervoor te zorgen dat de netwerkapparatuur goed werkt en niet uitvalt, moet je de temperatuur in de patchkast constant houden en bij stijgende temperaturen koelen. In dit blogbericht lees je hoe hoog de temperatuur in een patchkast mag zijn, wat de gevolgen zijn van te hoge temperaturen en hoe je een patchkast effectief koelt.
Hoe hoog mag de temperatuur in een patchkast maximaal zijn?
De temperatuur in een patchkast moet tussen de 20 en 25°C liggen. Bij deze binnentemperatuur werkt netwerkapparatuur optimaal en heeft een lange levensduur.
Elektronische apparaten genereren warmte. Als de warmteafvoer onvoldoende is en de lucht niet uit de kast kan ontsnappen, kan er oververhitting ontstaan. De temperatuur in de serverkast heeft directe invloed op de prestaties en betrouwbaarheid van de server en andere netwerkapparatuur.
Te hoge temperaturen kunnen leiden tot storingen en uitval. Een temperatuur vanaf 30°C verdubbelt de kans op uitval. En vanaf 40°C is het gevaar 4 keer zo groot. Bovendien kan een hoge temperatuur in de patchkast permanente schade aan de apparatuur veroorzaken.
Je kunt de temperatuur in de patchkast positief beïnvloeden door:
- een geperforeerde patchkast te kiezen,
- ventilatoren in de kast te installeren,
- de ruimte waarin de patchkast staat te koelen met airconditioning, of
- een speciale geklimatiseerde serverkast te gebruiken.
Geperforeerde serverkasten
Deze kasten hebben aan de voor- en achterkant een geperforeerde deur. Ook kunnen de zijwanden geperforeerd zijn. Hierdoor ontsnapt de warme lucht snel uit de kast en daalt de temperatuur in de kast.
Ventilatoren
Serverkasten hebben rondom ventilatieopeningen. Hierdoor is er altijd een passieve luchtcirculatie. Dat betekent dat de warme lucht uit de kast stroomt en koele ruimtelucht de kast binnenkomt. Heb je echter meerdere servers in de kast die veel warmte afgeven, kan het zijn dat deze luchtuitwisseling niet snel genoeg plaatsvindt en extra koeling nodig is. Een ventilator met temperatuursensoren zorgt ervoor dat de warme lucht sneller uit de kast wordt afgevoerd en de temperatuur in de serverkast stabiel blijft. Ventilatoren werken trouwens alleen in gesloten serverkasten, niet in kasten met geperforeerde deuren.
Airconditioning
Heb je airconditioning in de ruimte waarin de server- of patchkast staat, is de omgevingstemperatuur die de kast binnenkomt koel. Hiermee verminder je het risico op oververhitting aanzienlijk. In een geklimatiseerde serverruimte kun je ook kiezen voor een open relay rack. Een rack heeft geen deuren of zijwanden. De koele lucht bereikt daarom ongehinderd de netwerkapparatuur.
Klimaatkasten
Geklimatiseerde serverkasten zijn afgedichte kasten met klimaatregeling. Je stelt de gewenste temperatuur en koelprestatie in en de geïntegreerde airconditioning zorgt voor afvoer van warme en toevoer van koele lucht.
Tips voor het inrichten van een patchkast
Om het klimaat in de patchkast te verbeteren, is het belangrijk hoe je de kast inricht. Zorg voor voldoende ruimte tussen de apparaten, zodat de lucht ertussen kan circuleren. Heb je een server die veel warmte genereert, dan kun je direct boven de server een extra rackventilator plaatsen.
Let er ook op dat achter in de kast vrije ruimte is. Deze ruimte heb je nodig voor het aansluiten van de kabels en voor de luchtstroom. De patchkast moet minstens 5-10 cm dieper zijn dan je netwerkapparaten.
Voor een betere luchtcirculatie en patchkast temperatuur moet je de stroom- en netwerkkabels geordend laten lopen. Gebruik utp-kabels in de juiste lengte. Bundel de kabels het beste met kabelgoten en 19 inch rails. Als je kabelgroepen overzichtelijk verlopen, verbeter je de luchtcirculatie én maak je de installatie en het onderhoud een stuk eenvoudiger.